Huiszwaluw


EVOLUTIE VAN DE HUISZWALUWEN IN TIENEN

In onze herinnering uit de kinderjaren ken ik Tienen als een stad sterk bevolkt door Huiszwaluwen. Ook al was ik toen nog niet echt met vogels bezig. Toch wist ik dat onder heel veel balkons zwaluwnestjes waren. Die balkons zijn lager dan dakgoten en vielen me als kind dus meer op. Leuvensestraat, Vierdelancierslaan, Delportestraat, straten met veel ‘herenhuizen’ en dus veel balkons die een gevel altijd wat plechtstatiger maakten. Van die jeugdjaren (zeg maar jaren ’60) zijn er echter geen cijfers. Ook niet van de volgende decennia.

Project huiszwaluw

Philippe Smets beschikt over de oudste cijfers. In 1985, voor zijn eindwerk natuurgids, maakte hij een studie van de Huiszwaluw in de Tiense binnenstad. Hij telde toen 93 bewoonde nesten, verdeeld over 51 adressen, wat een gemiddelde geeft van 1,8 nesten per huis. De hoogste aantallen op één adres bedroegen 1 keer 7, en 2 keer 5 nesten. Er was dus nergens sprake van een grote kolonie. Wel zaten de nesten enigszins gegroepeerd in bepaalde straten. We zouden kunnen spreken van losse kolonies. Dat verspreidingspatroon is nog altijd min of meer gelijkaardig.

Lijstje van de spreiding der huiszwaluwen per straat in 1985.
(Eerste cijfer: aantal nesten. Tweede cijfer: aantal woningen).
Leuvenselaan 10/6 ; Vierde-Lancierslaan 15/8 ; Torsinplaats 12/4 ; Gilainstraat 6/2 ; Delportestraat 6/4 ; Mulkstraat 5/4 ; Grote Markt 5/2 ; Hoegaardenstraat 3/3 ;
Andere nesten op 1 adres per straat : 25/14
In 1989 – Onze Vogelwerkgroep Oost-Brabant was toen pas opgericht – vroeg Philippe om samen met hem de Huiszwaluwen te Tienen opnieuw te inventariseren.
We hebben dat van toen af jaarlijks blijven doen.

Tabel 1 – Evolutie van het aantal Huiszwaluwen in de Tiense binnenstad van 1989 tot 1993

Jaar

1989

1990

1991

1992

1993

Aantal bewoonde nesten

117

138

85

77

61

In 1990 werd aanvullend een ruime kolonie ontdekt aan de suikerfabriek die evenwel het volgende jaar bijna volledig verdween. Daardoor kregen we voor 1990 een duidelijke sprong voorwaarts. In 1991 was er een zeer sterke terugval: 39 % op één jaar! De volgende paar jaar ging die negatieve evolutie verder. Daarom besloten we iets te ondernemen om het tij te doen keren of om minstens de achteruitgang af te remmen.
Het was ons duidelijk dat het ontbreken van goed nestmateriaal een der belangrijkste oorzaken was van de achteruitgang. Geregeld vielen nesten af onder invloed van trillingen van het verkeer. Ook het niet verdragen van uitwerpselen onder de nesten op de stoep of aan de gevels en de onwetendheid van de problematiek speelden mee.

In 1994 besloten we kunstnesten te plaatsen, gewoon ter vervanging van een aantal natuurlijke nesten. Stevig geplaatste kunstnesten zouden niet afvallen. We gingen de problematiek bespreken bij de menselijke medebewoners van onze zwaluwtjes. Eventueel konden plankjes bijgevoegd worden voor opvang van de uitwerpselen. Kunstnesten zijn duurzaam. Wie toelating geeft tot het plaatsen, zal ook minder geneigd zijn nesten af te stoten. Kunstnesten laten ook nestonderzoek en ringwerk toe.
Na ettelijke gesprekjes verkreeg Philippe in 1994 toelating tot het plaatsen van 50 kunstnesten, gedeeltelijk ter vervanging van natuurlijke nesten, maar vaak ook werd één natuurlijk nest vervangen door twee, soms meer kunstnesten. De stad Tienen was via de milieudienst bereid het project financieel te ondersteunen (75 kunstnesten werden aangekocht) en de Tiense brandweer kon ingeschakeld worden voor het plaatsen van kunstnesten bij tweeverdiepswoningen (te hoog voor een gewone ladder).
In 1994 zaten we op een dieptepunt: 30 broedpaartjes in de 50 kunstnesten en 15 bewoonde natuurlijke nesten leverden ons een totaalcijfer van 45 broedpaartjes.

Project huiszwaluw
Tijdens een eerste ronde van nestcontroles (eind juni – begin juli) werden 24 bewoonde nesten gecontroleerd. Tijdens een tweede ronde in augustus werden nog 7 nesten gecontroleerd. Het gemiddelde aantal jongen per geslaagd nest bedroeg 3, 7 voor het eerste broedsel en 2,7 voor het vervolglegsel. Er werden in totaal 108 nestjongen geringd en bovendien 5 adulten.

In de lente van 1995 werden 17 kunstnesten bijgeplaatst, telkens waar al nesten waren. De cijfers waren al iets positiever. Op 67 kunstnesten waren er 44 bewoond (plus 14). Het aantal bewoonde natuurlijke nesten was gedaald van 15 naar 12, wat het totaal aantal broedparen op 56 bracht (plus 11).

Ook in 1995 gebeurden nestcontroles en ringwerk.
34 bewoonde nesten konden door Philippe gecontroleerd worden. In 8 nesten werden 31 eitjes aangetroffen, een gemiddelde van 3,87 eitjes per nest.
In 26 nesten werden 77 jongen geringd. Ook 9 adulten konden door Philippe van een wetenschappelijk ringetje worden voorzien. Het gemiddelde aantal jongen per geslaagd nest bedroeg 2,9 (t.o. 3,7 het jaar voordien). Zulke schommelingen hebben te maken met de weersomstandigheden en zijn er altijd geweest.

In 1996 werden de overblijvende 5 nesten bijgeplaatst. In deze rekening ontbreken nog 3 nesten die Philippe aan zijn eigen woning bevestigde, buiten de stadsring, maar waar nog nooit een zwaluwtje op bezoek kwam…
In de volgende jaren werd geen ringwerk meer verricht. Een van de redenen hiervoor ligt bij de zwaluwtjes zelf. Die zitten namelijk altijd met ringklare jongen op een ogenblik dat veel mensen graag op vakantie zijn.

De verdere evolutie kan best in tabel 2 worden afgelezen.
Tabel 2 – Evolutie van het aantal broedparen Huiszwaluw in de Tiense binnenstad van 1994 tot 2005 gesplitst in aantal paren in kunstnest en in natuurlijke nesten.
Kn = kunstnest
Nn = natuurlijk nest
Bew = bewoond

 

Jaar

#
Kn

#
Bew

#
Nn

# Bew.

Totaal
Bew.

 

Jaar

#
Kn

#
Bew

#
Nn

# Bew.

Totaal
Bew.

1994

50

30

 

15

45

2000

72

47

48

36

83

1995

67

44

 

12

56

2001

72

49

29

24

73

1996

67

38

37

29

67

2002

 

(23)

 

(21)

(44)*

1997

 

 

 

 

55

2003

68

37

42

33

70

1998

72

29

41

24

53

2004

67

47

48

36

83

1999

72

41

44

23

64

2005

89

58

35

21

79

Enige toelichtingen bij deze tabel.
Een paar cijfers ontbreken inderdaad. Zo heb ik van een paar jaar alleen de bewoonde nesten bijgehouden.
* In 2002 is door persoonlijke omstandigheden de telling voor de vakantie niet afgewerkt geraakt. De cijfers hebben dan alleen maar betrekking op een telling eind augustus. Er zullen dat jaar beslist meer paren aanwezig geweest zijn.

In 2005 werden opnieuw een aantal kunstnesten bijgehangen. Er waren door omstandigheden van verbouwingen e.d. een aantal nesten verdwenen. Opnieuw kon via de dienst Leefmilieu van de stad een budget verkregen worden voor aankoop van kunstnesten, plankjes en klein materiaal. Dit kadert in soortbeschermingsplannen van de samenwerkingsovereenkomst. 28 kunstnesten werden bijgehangen voor Huiszwaluw en bovendien werd ook gestart met een project voor Gierzwaluwen (10 nestkasten: telkens 5 aan 2 scholen).
Onze kunstnesten hadden we evenwel pas laat tot onze beschikking. Pas begin mei werden ze geplaatst en toch met groot succes. Van de 28 nieuwe nestkasten waren er een paar weken later 16 bezet.

Ook in 2006 hebben Philippe en ik onze inspanningen verder gezet. Wegens verbouwingen en/of afbraak van gebouwen moesten niet minder dan 12 kunstnesten worden afgehangen en ergens anders (zo kort mogelijk bij) worden opgehangen.
Bovendien werden nog 16 supplementaire kunstnesten geplaatst. Er hangen nu 110 kunstnesten, allen in de Tiense binnenstad.
Voor de Gierzwaluw werden dit jaar 24 nesten bijgezet (aan 5 scholen – we hadden eentje te kort voor 5 x 5).
Dit jaar werd ook een aanvang genomen met een kunstnestactie voor het Tiense buitengebied en de deelgemeenten, maar dat hebben we overgelaten aan de INL-ploeg o.l.v. Nadine Rogiers.

Situatie eind juni 2006

 

Aanwezig

 

Bewoond

 

 

TOT.NEST

Oude KN

Nieuwe KN

Natuurl.

Oude KN

Nieuwe KN

Natuurl.

Alg. Tot.

141

77

33

31

47

16

19

82

Nog enkele conclusies
Het is duidelijk dat we na het dieptejaar 1994, een verbetering hebben gehad en een zekere stabilisatie dank zij de kunstnesten.
Sommige jaren slagen de zwaluwen erin zelf een aantal nieuwe nesten te bouwen. Andere jaren lukt dat klaarblijkelijk niet omwille van droogteperiodes in de bouwtijd maar ook omwille van een te grote afstand tot beschikbare modder. Als de afstand tussen de gekozen bouwplaats en beschikbare modder te groot is, is dat economisch – energetisch niet meer haalbaar.
Huiszwaluw
Daarom halen de Tiense Huiszwaluwen hun bouwmateriaal uit de dakgoten, maar deze smurrie heeft onvoldoende kleefkracht, brokkelt voortdurend af en na een aantal dagen zonder bouwresultaat wordt de bouwpoging gestaakt. Hierop spelen we zo vaak als kan op in door op die plaatsen kunstnesten te hangen. Dit kan echter enkel voor zover de huiseigenaars akkoord gaan.
Een paar keer hebben we – op vraag van mensen – nestkasten geplaatst waar nog geen Huiszwaluwen in de onmiddellijke omgeving aanwezig waren, maar dat leidt zelden of nooit tot resultaat.
Het schijnt ook zo te zijn dat kunstnesten gehangen onder een donkere kroonlijst (groen of donker bruin) evenmin geaccepteerd worden.

Erg belangrijk is de mensen te kunnen overtuigen om zwaluwtjes aan de gevel te willen gedogen.
Ik besluit dan ook met al die personen te danken die ons vogelvolkje een warm hart toedragen en bereidt zijn hun woning te delen met deze Huiszwaluwen, ook al betekent dit enig ongemak.

Marcel Jonckers, tel. 016 818787 of 0497 447233
Philippe Smets, tel. 0475 605543