PTT


PTT = Punt-Transect-Tellingen

Ekster
Een tijd-zuinig project dat in heel Vlaanderen loopt (net als in een aantal andere Europese landen) en waarop we u uitnodigen tot medewerking.
De voorbije jaren zijn het aantal routes die in onze regio Oost-Brabant worden gelopen gestaag aangegroeid.

1. DOEL

Het PTT-project heeft tot doel vast te stellen welke veranderingen jaar na jaar optreden in de aantallen van in Vlaanderen doortrekkende en overwinterende vogelsoorten.
Turkse Tortel
Dit wordt gedaan door jaarlijks per soort een indexcijfer te berekenen dat kan gelden als relatieve maat voor de aanwezige aantallen.
Naast de jaarlijkse trend kan ook gekeken worden naar regionale trends of trends in verschillende biotooptypen.
Het project kan bovendien ook inzicht geven in de winterverspreiding van vogelsoorten in Vlaanderen en in de mate van voorkomen in verschillende biotooptypen.

2. METHODE

Kievit
Het principe van de PTT-methode is het volgende: de waarnemer legt éénmaal per telseizoen (van 15 december t.e.m. 1 januari) een door hem zelf te bepalen route af en telt onderweg op 20 punten alle binnen de 5 minuten waargenomen vogels.
Het is de bedoeling dat een waarnemer steeds hetzelfde traject met dezelfde telpunten volgt en bovendien steeds zoveel mogelijk op dezelfde wijze te werk gaat. Dit is noodzakelijk om zijn tellingen in de loop der jaren onderling te kunnen vergelijken.

3. WIE KAN DEELNEMEN ?

Een eerste vereiste voor het deelnemen aan het PTT-project is het goed kunnen herkennen van vogelsoorten, zowel visueel als op het gehoor. Vooral veel bosvogels laten in de wintermaanden slechts bescheiden piepjes en roepjes horen.
Nijlgans
De waarnemer moet in staat zijn ook deze geluiden te identificeren, alhoewel zelfs de meest ervaren ornitholoog al eens moet passen en eerlijk bekennen dat hij/zij het niet weet.

Ervaring met de telmethode is van ondergeschikt belang; deze is eenvoudig en naar wij hopen voldoende duidelijk beschreven in een praktische handleiding. Het is aangeraden om van tevoren een proeftelling te houden om de methode in het veld te leren toepassen.
De PTT-routes dienen bij voorkeur tientallen, doch tenminste twee winterseizoenen na elkaar te worden geteld. Het project is dus het meest gebaat met de echte volhouders onder de Vlaamse vogelkenners !

4. Info nodig?

Zwartkopmeeuw
Meer informatie kan bekomen worden bij Marcel Jonckers van de Vogelwerkgroep.
Handleidingen kunnen eveneens aangevraagd worden bij de VWG Oost-Brabant.
Is het naïef te dromen van een telroute per gemeente of per atlashok ?
En als je effectief meewerkt .. Dan zou het prettig zijn dat de gegevens via onze VWG passeerden.

Resultaten